
De Standaard voor woningisolatie klinkt als beleid, maar het is uiteindelijk een rekensom over vierkante meters gevel, dak en glas. Die meters heeft bijna niemand exact.
De Standaard geeft per woning aan hoeveel warmtevraag er nog mag zijn na isolatie; de streefwaarden vertalen dat naar losse bouwdelen: dak, gevel, vloer en glas. Op papier is dat helder. In de praktijk stokt het bij de eerste vraag die een aannemer stelt: hoeveel vierkante meter gevel heeft dit complex eigenlijk?
Een streefwaarde is een Rc- of U-waarde per bouwdeel. Om te weten wat het kost om die te halen, heb je drie dingen nodig: het oppervlak van het bouwdeel, de huidige opbouw en de aansluitingen waar het misgaat. Het eerste is meetwerk, het tweede is dossier, het derde is inspectie. Het kabinet werkt aan een herziening van de standaard, met maatregelenpakketten en herziene streefwaarden per woningtype. Welke waarden het ook worden: de rekensom blijft vierkante meters maal maatregel.
Veel corporaties werken met oppervlakten die uit oude bestekken of uit de verhuuradministratie komen. Die zijn bedoeld voor huurpunten, niet voor isolatiewerk: een gevel met erkers, dakkapellen en een uitbouw wijkt makkelijk tien procent af van de bruto benadering. Bij tweehonderd woningen is dat geen afrondingsverschil meer.
Een isolatiebegroting die op tien procent te weinig gevel rekent, is geen begroting. Het is een aanbetaling.
Uit een opname rollen gevelvlak per zijde, dakvlak per veld, kozijnoppervlak en glasoppervlak. Met thermografie erbij ligt het warmtebeeld als laag over dezelfde gevel. Je ziet dan niet alleen hoeveel meter er is, maar ook welke meters het eerst aandacht vragen.
Bij seriematige woningbouw is één opname van een blok vaak genoeg om een type te ijken; daarna schaal je binnen dat type met een controle per afwijkende kop- of hoekwoning. Bij portiekflats werkt dat minder, omdat galerijen en bergingen per complex verschillen. Dan is opnemen per complex sneller dan discussiëren over een aanname.
Organisaties die met exacte meters starten, krijgen vergelijkbare inschrijvingen terug en hoeven halverwege de uitvoering geen meerwerk te billijken. Organisaties die met een schatting starten, doen dat werk alsnog, maar dan met een aannemer op de bouwplaats en een bewoner die al is aangekondigd.
Benieuwd hoeveel gevel, dak en glas jouw complexen écht hebben? Plan een gesprek en neem je complexlijst mee.
“Weten wat de financiële voordelen zijn van accurate en complete vastgoeddata? Bereken jouw kostenbesparing.”